Bij aankomst in de 16-persoonsbungalow staarde iedereen naar het telefoonscherm van mijn zwager. ‘We hebben de Kwikstaart,’ riep mijn neefje. Ik probeerde blij te zijn, maar moest nog even landen. Al jaren probeer ik mijn aangetrouwde familieleden te overtuigen dat een weekendje weg met ieder gezin in een eigen huisje ook zijn charme heeft.
‘Dan wil je het jaar erop zeker in een ander park dan de rest,’ zei Jo daarover. Ik vond dat een briljant plan. Met terugwerkende kracht vond ik het familieweekend van april 2020, tijdens de ‘intelligente’ lockdown - ik verkleed als Bea van het verzorgingstehuis die virtueel balletjes van de Corona Bingo oplas - de beste editie.
Nu stond ik in een warmgestookt huis, waar mijn aangetrouwde familieleden, vastgeplakt aan leren banken, gehypnotiseerd keken naar een nieuwe app die vogelgeluiden herkent, en die ik weigerde te installeren.
Mijn kinderen waren allang om. Oma had 15 vogels. ‘Wij moeten haar verslaan,’ zeiden ze. Ik negeerde de smeekbedes en scheurde het beddengoed uit de plastic verpakking. De meeste apps creëren toch vooral problemen die voor installatie niet bestonden.
Terwijl ik met het dekbedovertrek over mijn hoofd naar een uitgang zocht, hoorde ik mijn schoonmoeder betogen dat die vogelapp ook heel goed voor je gezondheid was, want je was ‘lekker buiten’ én met de natuur bezig.
Nu neem ik haar vitaliteitsadviezen niet al te serieus: ze claimt ook dat vruchtenhagel gezond is. Mijn kinderen wel: voor hen is ze een orakel. Om niet nu al, op de eerste dag, deze kansloze strijd te verliezen, bond ik in en installeerde de app.
Ik zag hoe de rest van de aangetrouwde familie steeds fanatieker werd. Ik probeerde mij te concentreren op een boek. Het was verpest. Ik kon geen zin lezen zonder aan een fucking ranglijst met vogels te denken.
Toen mijn kinderen, na uren slenteren door het park, slechts 7 vogels hadden gespot, en ik mijn zwager met zijn kinderen zag highfiven omdat ze de Boomklever hadden gevonden, was ik er klaar mee.
Ik loog dat ik iets uit de supermarkt nodig had en reed naar een afgelegen plek in het akkerland, tegen de bosrand aan. Daar deed ik mijn raampje open en twintig minuten later had ik er zes nieuwe vogels bij. Terug op het park nam ik een omweg. Bij een grote eik deed ik alsof ik mijn veter strikte en pakte daardoor ook nog de Turkse Tortel en de Kauw mee.
In de bungalow waren ze niet onder de indruk. Oma had net een badge gekregen: ‘Bird-Hero’. Op de hele Heuvelrug had niemand die dag zoveel vogels gespot als zij, of zoiets.
Die nacht, terwijl het gezin sliep, pakte ik Jo’s telefoon en speelde op de website bird-sounds vogelgeluiden af. Met mijn eigen telefoon opende ik de app en registreerde ik ze een voor een. Tegen de tijd dat het licht werd, stonden er 237 vogelsoorten op mijn ranglijst.
Misselijk van de moeheid maar overheersend trots stapte ik de woonkamer in. ‘Applaus voor de koploper van Nederland,’ riep ik en hield mijn telefoon omhoog. Niemand keek op. Mijn zwager had een skelter gehuurd, met aanhanger, en om de beurt mochten de kinderen achterop.
‘Jij altijd met die vogels,’ zei de jongste.
Foto: katja_kolumna, Pixabay


