Ik reed ergens tussen München en Frankfurt toen ik ineens aan mijn voortuin dacht. Preciezer: hoe zou het met mijn lavendel zijn? Het was een gedachte die ik pas ver na mijn pensioen had verwacht.
Met passie had ik een gat gegraven, dwarsliggende stenen verwijderd en de plant erin gezet, met wat water ingezegend. Een week later was ze dood.
Op aanraden van mijn buurvrouw gaf ik de dorre struik een Aspirine. Eén per week, oplossen in 250 ml water, toedienen met plantenspuit.
Zowel bij tuinieren als navigeren leg ik het lot met genoegen in andermans handen. Gaat niet altijd goed. Zo hebben we vorig jaar, op zoek naar een zwembad, twintig minuten over een Franse akker gereden. Pas toen de navigatie ging herberekenen besefte ik dat het gerommel buiten een razende Franse boer was.
In de aanwijzingen van mijn buurvrouw heb ik vertrouwen. Eerder had ik mijn hortensia met succes een bekertje melk gegeven. Dat is het fijne van onderdeel zijn van een straat: er komen mensen wonen met specifieke kennis. Vrijwel uitsluitend kennis die ik niet heb.
Ik had ook zin om op het houten bankje in de voortuin te zitten. Die gedachte hield ik stil. Vanaf daar kon ik de oplevering van het bouwproject aan de andere kant van de straat bijhouden.
Tuurlijk, het zal wennen zijn. Na twee jaar weer overburen. Net zoals het voor mijn oude overburen wennen was toen wij ineens met onze nieuwe dakkapel hun antikraakwoning in keken. Ze hadden geen gordijnen: want tijdelijk, want toch geen inkijk.
Dus liepen ze na het douchen graag naakt door het huis.
Nooit geweten.
Tot ik mijn bureau op zolder neerzette en ineens een gluurder was. Ik zat regelmatig in een Zoom-meeting als mijn aandacht werd getrokken door de overbuurman. De eerste keer sloot ik snel de lamellen, maar dat trok juist de aandacht: ik zag hem wegduiken.
De keer erop besloot ik stoïcijns naar het scherm te blijven kijken, maar bij iedere voorzichtige blik of de ongewenste naaktheid weg was, hadden we oogcontact.
Uiteindelijk vond ik de oplossing. Aan de zijkant van mijn bureaustoel zat een knopje waarmee het zitvlak een halve meter zakte. Ik focuste op het beeldscherm, drukte in, en daalde. Tot onder de vensterbank. Daarna liet ik me op de grond zakken en verliet tijgerend de werkkamer.
De blik in de ogen van Jo, toen ik haar de eerste keer tegenkwam op de overloop, zal ik nooit vergeten.
De afgelopen jaren waren een stuk minder stressvol, maar daar komt verandering in. Het Niets van Nooitgedacht wordt weer iets. Laatst zei iemand ‘klaar om nieuwe herinneringen te maken’, ik ben toen weggelopen uit het gesprek. Mensen zeggen gekke dingen als ze verbouwen. Enfin.
Er komt een moment dat ze me tips gaan geven over mijn voortuin en ik hen leer hoe je tijgerend een kamer verlaat.
Dit was deel drie van een onbedoelde serie. Deze en de eerdere afleveringen verschenen ook in Zeistermagazine.nl:
Het Niets van Nooitgedacht
Terwijl ik de huissleutel uit de zoom van mijn jas pielde, werd ik op de schouder getikt door een flitsbezorger. Hij vond Nooitgedacht een mooie straat met het lelijkste stukje niets dat hij ooit had gezien. Hij wees naar het afgesloten parkeerterrein aan het begin van de straat: "Je zou er maar tegenover wonen."
Het Niets van Nooitgedacht II
Mijn lamellen zijn ooit blijven steken in een halfopen stand, waardoor ik de wereld in flarden zie. Al jaren verschijnen mensen, dieren, voertuigen, om meteen weer te verdwijnen, opnieuw op te duiken, te verdwijnen.




